Het Niks - Ongedocumenteerde Art Brut
Het onderstaande betreft een reconstructie van een viertal performances die in 2002 door het kunstenaarsduo Michiel Burger (1983, Yamoussoukro) en Maarten Clasquin (1986, Beuningen) werden uitgevoerd. Hiervoor zijn 16 direct of indirect betrokkenen geïnterviewd, 2 hiervan zijn directe getuigen van de gebeurtenissen in 2002, 14 andere personen maakten gedurende de beschreven periode deel uit van de sociale cirkel van beide kunstenaars.
Het grootste deel van de performances vond plaats in de Nederlandse provincie Overijssel, met name in het stadje Deventer, al worden er enkele uitzonderingen genoemd waarbij het duo opereert vanuit de Gelderse steden Ede en Arnhem, alsmede vanuit de Overijsselse hoofdstad Zwolle. Wat opvalt is dat vrijwel alle performances zich in de directe nabijheid van de rivier de IJssel, of op een treinspoor afspelen en soms allebei.
Directe kennis over de performances is gebaseerd op getuigenverslagen van dhr. E. Kooyman en dhr. M.Hager die assisteerden bij een deel van de performances en 20 jaar na hun uitvoering bereid bleken er over te spreken. Van een groot deel van de performances die in deze periode door Burger en Clasquin zijn uitgevoerd is enkel bekend dat ze zijn uitgevoerd, maar niet wat hun inhoud was, aangezien geen van beide assistenten er bij aanwezig was. Deze moeten vooralsnog als verloren gegaan worden beschouwd.
Aangezien beide assistenten door Burger & Clasquin na eind 2002 niet meer zijn uitgenodigd om te assisteren kan niet met zekerheid worden gezegd hoeveel performances zijn uitgevoerd en wanneer ze zijn opgehouden.
Burger, die later in zijn carrière werk is gaan maken dat publiekelijk toegankelijk is (en waarin een echo van de opvattingen uit zijn samenwerking met Clasquin valt waar te nemen) weigert over deze periode te spreken.
Artistieke Houding
Van het duo Burger & Clasquin is bekend dat ze - om de zuiverheid van de artistieke handeling te waarborgen - pertinent weigerden publiek toe te laten bij hun performances, hun werk te documenteren, of er naderhand over te spreken. Dit door beide kunstenaars tot in extremis doorgevoerde idee van zuiverheid van de artistieke handeling behelst dat elke vorm van betekenis die ontstaat wanneer kunstwerk en publiek met elkaar in aanraking komen per definitie een corrumperende werking heeft op het kunstwerk, de kunstenaar en het volgende te produceren kunstwerk. Om waarlijk kunst te maken dient men het de artistieke handeling volledig te isoleren van alle factoren die maken dat een kunstwerk als zijnde 'een kunstwerk' in de wereld kan bestaan. Dit heeft tot direct gevolg dat het kunstwerk door niemand gekend wordt en dus alleen in het moment zelf bestaat in het bewustzijn van de uitvoerders, die het daarna dienen te vergeten.
Kunst kan dus enkel kust zijn door verloren te gaan, of gecorrumpeerd worden door in de wereld te bestaan en zodoende te ontkunsten. (Restanten van deze opvatting vinden we terug in later werk van Burger)
Invloeden
Ondanks de pertinente weigering van het duo om deel uit te maken van de kunstgeschiedenis zijn er invloeden aan te wijzen die belangrijk zijn geweest voor de ontwikkeling van het denken van Burger en Clasquin. Een merendeel van de geïnterviewden geeft aan dat de band Nirvana en de anti-commercie ideeën van diens voorman Kurt Cobain (1967, Aberdeen - 1994, Seattle), Het personage Jaques de fatalist, uit de roman Jaques de Fatalist en zijn Meester van Denis Diderot (1713, Langres - 1784, Parijs) en het gedachtegoed van Diogenes van Sinope (404 v.Chr. Sinope - 323 v.Chr. Korinthe), zoals opgetekend in het boekje Twee vierkante meter van Anton van Duinkerken (1903, Bergen op Zoom - 1968, Nijmegen) van invloed zijn geweest op de artistieke houding van beide kunstenaars.
Van Burger is bekend dat hij als kind kennis heeft genomen van door Fluxus kunstenaar Wim T. Schippers (1942, Groningen) bedachte experimentele televisieprogramma's. De missie van de Fluxus beweging om de kunstpraktijk te zuiveren van door musea en commercie aangehangen 'elitaire' kunstopvattingen lijkt aan te sluiten bij de opvattingen van Burger en Clasquin. Zij het dat Burger en Clasquin een soortgelijke gedachte veel verder doorvoeren en het kunstwerk compleet buiten de samenleving plaatsen. Ook het werk van de (net als Clasquin op mysterieuze wijze verdwenen) kunstenaar Bas Jan Ader (1942, Winschoten - 1975, Atlantische Oceaan) vertoont opvallende overeenkomsten met het werk van Burger en Clasquin. In kunsthistorische zin snijdt het hout om de performances van Burger en Clasquin, zowel wat betreft gedachtegoed als wat betreft poëtische lading in het verlengde van bovenstaande voorbeelden te plaatsen.
Of Burger en Clasquin ook daadwerkelijk op de hoogte waren van het bestaan van Fluxus of Bas jan Ader wordt door vrijwel alle geïnterviewden in twijfel getrokken. Wel wordt er door twee van de geïnterviewde personen gewag gemaakt van het gegeven dat Burger meermaals naar zijn bezigheden met Clasquin verwees onder de naam: "Het Niks", hetgeen enig kunsthistorisch bewustzijn zou kunnen verraden.
Een hedendaags voorbeeld waar de houding van Burger en Clasquin (zij het ook in dit geval minder extreem) doorleeft vinden we bij de Duits-Indische kunstenaar Tino Sehgal (1976 - Londen), wiens museale performances bij uitdrukkelijke wens van de kunstenaar niet gedocumenteerd mogen worden, zodat ze enkel op het moment van uitvoering kunnen bestaan. Seghal benoemt zelf dat dit een bewuste strategie is, bedoeld om het idee van "het kunstwerk als commodity" te ondermijnen. Of er in dit geval daadwerkelijk sprake is geweest van beïnvloeding is onduidelijk. Aan te nemen valt dat Burger en Seghal elkaar meermaals hebben ontmoet, aangezien de kalender van de vrij kleine hedendaagse Europese conceptuele kunst cirkel ze meermaals op hetzelfde tijdstip in dezelfde ruimte plaatst. Dit heeft hoe dan ook na de periode dat Burger een kunstenaarsduo vormde met Clasquin plaatsgevonden, waaruit geconcludeerd kan worden dat als er al sprake is van beinvloeding dit enkel vanuit Burger naar Sehgal kan zijn en niet vice verca.
Verdwijning Clasquin
Clasquin lijkt ergens rond 2004 van de aardbodem te zijn verdwenen. Over zijn lot doen verschillende niet verifieerbare geruchten de ronde. Aangezien het duo (bijv. in Fall #2) experimenteerde met situaties waarbij Clasquin bewust in een levensbedreigende situatie werd gebracht en Burger geacht werd hem achter te laten kan niet worden uitgesloten dat Clasquin iets is overkomen tijdens een performance die (al dan niet gepland) uit de hand is gelopen. Ook emigratie, een verdrinkingsdood in een Zweeds meer en een gedwongen opname in een psychiatrische instelling worden genoemd.
Daarnaast geeft 80 procent van de geïnterviewden aan kennis te hebben genomen van een gerucht waaruit zou blijken dat Clasquin nog in leven is en met onregelmatige tussenpozen vanuit wisselende (en nooit meer dan 1 keer gebruikte anonieme e-mailadressen ingescande collages verstuurd naar een selecte groep ingewijden, die de inhoud van de e-mails en de collages strikt geheim houden. Ondanks dat zoiets in lijn zou zijn met het duo's oorspronkelijke opvatting dat een kunstwerk enkel kan bestaan door niet te bestaan, kan ook dit vooralsnog niet geverifieerd worden.
Tot op Heden Gereconstrueerde Performances
Walk #3
Burger en Clasquin klimmen ter hoogte van het Rijsterborgherpark in het Overijsselse Stadje Deventer over een hek waardoor ze zich toegang verschaffen tot een treinspoor. Langs dit treinspoor lopen ze in oostelijke richting, Burger loopt aan de linkerkant van het spoor, Clasquin aan de rechterkant. Aangekomen bij de Spoorbrug over de rivier de IJssel klimmen ze zonder vaart te minderen beide in een synchrone beweging omhoog over twee gietijzeren bogen die zich op zo’n 15 meter hoogte boven het spoor bevinden. Hier lopen ze,nog steeds in een synchrone beweging verder over de bogen. Burger loopt over de linkerboog, Clasquin over de rechter. Aan het einde van de bogen aangekomen klimmen ze weer naar beneden en verdwijnen even later in de bosjes aan de linkerkant van het spoor.
Swim #6
Burger en Clasquin komende van de westzijde van de IJssel, vanaf het eerste strandje ten zuiden van de IJsselbrug, zwemmen naar het midden van de rivier en laten zich stroomafwaarts meedrijven tot aan het dorpje Olst, waar ze de rivier aan de oostelijke oever verlaten. Hierna wandelen ze langs de provinciale weg N337 (Burger aan de linkerkant, Clasquin aan de rechterkant) in natte kleding terug naar hun beginpunt. (de IJsselbrug bij Deventer).
Ride #2
Burger en Clasquin Klimmen nabij het treinstation van de Utrechtse stad Amersfoort over een hek waardoor ze zich toegang verschaffen tot het treinspoor dat loopt tussen de steden Utrecht en Enschede. Na zich een korte periode verscholen te hebben gehouden in nabijgelegen bosjes springen ze op een passerende goederentrein die in oostelijke richting beweegt. Ze nemen plaats op een plateautje tussen twee wagons, Burger aan de linkerzijde en Clasquin aan de rechterzijde van de trein. Wanneer de trein, na ongeveer 30 minuten, de IJsselbrug bij Deventer passeert springen ze ter hoogte van het Rijsterborgherpark (aan westzijde van het spoor) van de trein en verdwijnen in het donker.
Fall #2
Burger en Clasquin bewegen zich per fiets in oostelijke richting over de opengebroken N344 (Kazernestraat) in het Overijsselse Stadje Deventer. Burger bevindt zich aan de linkerzijde, Clasquin aan de rechterzijde van de weg. Aan de rechterkant vna de weg bevindt zich een bouwput van ongeveer 3 meter diep, 2 meter lang (in de lengte van de weg) en 1.5 meter breed. Clasquin fietst zonder vaart te minderen deze bouwput in, maakt een val en blijft bewusteloos liggen. Burger fietst zonder Clasquins richting uit te kijken en zonder vaart te minderen door, gaat naar huis, waar hij in bed gaat liggen en in slaap valt.
Liselotte van Sap (Kunsthistorica)
Bronnen
Primair: E. Kooyman, M Hager
Secundair: A. Melis, N. Roeloffzen, E. Roeloffzen, B. van der Velde, C. Raaymakers, M. Boon, S. Laus, T. Daalmeyer, D. Smit, D. Rigter, M. Kramer
